X
Santip Santip Bekijk Santip artikelen
Nivo Nivo Bekijk Nivo artikelen
Vakpublicaties Vakpublicaties Bekijk vakpublicaties
Inschrijven nieuwsbrief Inschrijven nieuwsbrief Inschrijven nieuwsbrief

Niet alleen technisch advies
maar tevens een sparringpartner
en vertrouwenspersoon

HELAAS PINDAKAAS

NIVO 2019-04

In mijn column “Liever 22% dan 25% bijtelling?” d.d. 22 maart 2017 heb ik u geadviseerd om bezwaar te maken tegen de aangifte loonbelasting voor diegene die in een auto van de zaak rijden met een bijtelling van 25%. Dit zijn auto’s die op kenteken zijn gezet vóór 1 januari 2017. Dit vanwege het feit dat voor auto’s met toelating na 1 januari 2017 een 22% tarief geldt. En is dat nu niet ongeoorloofde discriminatie? Inmiddels heeft de Hoge Raad geoordeeld.

Oordeel Hoge Raad d.d. 11 januari 2019

De Hoge Raad oordeelt dat na een wetswijziging altijd een onderscheid gemaakt moet worden tussen gevallen die zich vóór dan wel na het tijdstip voordoen waarop de nieuwe regeling van toepassing is. Dit onderscheid is geen discriminatie, omdat de wetgever anders geen mogelijkheid zou hebben om nieuwe wetten in te voeren.

Er is alleen sprake van discriminatie als de door de wetgever gemaakte keuze voor een overgangsregeling van elke redelijke grond is ontbloot.

De Hoge Raad komt met een aantal factoren waarom dat volgens hem niet zo is.

  1. Ten eerste is beoogd aan te sluiten bij actuele ontwikkelingen ter zake van factoren voor privégebruik en de kosten van auto’s van de zaak die van invloed zijn op de benadering van de gemiddelde waarde van het voordeel van het privégebruik.
  2. Ten tweede te verhinderen dat een auto die voor 2017 in het buitenland in gebruik is genomen, wel in aanmerking zou komen voor de 22%-bijtelling en een auto die voor 2017 te naam is gesteld in het kentekenregister niet.
  3. Ten derde de complexiteit van de uitvoering van de regeling te beperken; en
  4. als laatste argument rechtszekerheid te bieden aan automobilisten die voor 1 januari 2017 een leasecontract zijn aangegaan tegen het bijtellingstarief waarvan bij de keuze van de auto is uitgegaan.

Volgens de Hoge Raad is het overgangsrecht voor de bijtelling van de auto van de zaak dus niet evident van elke redelijke grond ontbloot.

Conclusie

Het oordeel is niet wat we hadden gehoopt en dus spijtig voor iedereen die in een auto van de zaak rijdt en onder het percentage van 25 valt. Maar het wordt nog zuurder. Men denkt dat dan tenminste na 60 maanden (5 jaar) de bijtelling naar 22% gaat. Maar ook dat is niet geval. Het percentage voor deze auto’s blijft 25% ook na de 60 maanden.

Op grond van de overgangsregeling van art. 36c Wet LB en de tegenhanger in 10.a.4. Wet IB blijft het forfait voor al deze auto’s 25%, althans totdat de wetgever besluit dit te wijzigen.