BOX 3 door de jaren heen (deel II)
NIVO 2026 - 16
Al jaren schrijf ik mijn columns over de volstrekte chaos in box 3.
Vorige keer heb ik deel I besproken van het fraaie “overzichtsartikel” uit het FD.
Hierbij het vervolg en laatste deel II. Veel leesplezier :)
Hoe de noviteit van box 3 eindigde als molensteen om de nek van de politiek
“Rechters
De goede bedoelde adviezen verdwenen in een la. Maar ondertussen kreeg de rechter de forfaitaire heffing op zijn bord. In 2014 riep de Bond voor Belastingbetalers belastingplichtigen op bezwaar te maken tegen de aanslag in box 3, met als argument dat de werkelijke opbrengst al jaren onder het fictieve rendement lag, met name voor spaarders. Daarmee zou de belasting in strijd zijn met de bescherming van eigendom, zoals die in het eerste protocol bij het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens is vastgelegd.
Tienduizenden belastingbetalers gaven gehoor aan de oproep van de Bond. De toenmalige staatssecretaris van Financiën, VVD’er Eric Wiebes, bundelde de bezwaren in een massaalbezwaarprocedure. Op dat moment, in 2015, liftten daarmee alle belastingplichtigen in box 3 mee in deze procedure.
Advocaat-generaal René Niessen concludeerde het jaar daarop al dat ‘de vermogensrendementsheffing een disproportionele inbreuk maakt op het […] gewaarborgde recht op ongestoord genot van eigendom’. Volgens Niessen was het niet aan de rechter om daar direct iets aan te doen, behalve individueel rechtsherstel bieden als de heffing hoger uitviel dan het werkelijk genoten rendement. De Hoge Raad zou kunnen aangeven in de toekomst wel te zullen ingrijpen. Maar in 2016 maakte de hoogste belastingrechter daar nog geen werk van.
Drie jaar later ging het rechtscollege om. In zijn arrest voor het massaal bezwaar stelde de Hoge Raad dat het veronderstelde rendement van 4% in 2013 en 2014 niet meer haalbaar was zonder veel risico’s te lopen. Daardoor was de rendementsheffing in strijd met het Europees eigendomsrecht.
Maar de raadsheren lieten het opnieuw aan de politiek om daar iets aan te doen. Die had onder leiding van Wiebes echter al een verkeerde afslag genomen, die box 3 in 2021 fataal werd toen de Hoge Raad daar aan de vooravond van kerst een dikke streep door zette.
Politiek
Tweede Kamerleden toonden zich medio jaren tien niet ongevoelig voor de oplopende volkswoede over box 3 en drongen aan op een vermogensheffing op basis van werkelijk behaalde rendementen. Wiebes legde uit dat zo’n belasting er voorlopig niet in zat wegens uitvoeringsproblemen bij de Belastingdienst. Hij liet wel de 4-procentsfictie los en verving die door voortschrijdende gemiddelden te nemen als forfaitaire rendementen op enerzijds sparen en anderzijds beleggen. Hierbij introduceerde de liberaal een nieuwe aanname, namelijk dat belastingbetalers meer beleggen naarmate zij een groter vermogen hebben.
‘Ik heb zelden zo'n slecht doordacht plan gezien’, oordeelde Marnix van Rij als CDA-senator toen het voorstel van Wiebes in de Eerste Kamer werd behandeld. Zes jaar later kon Van Rij als staatssecretaris van Financiën de scherven bij elkaar vegen na het dodelijke kerstarrest. Hij bracht zijn dagen zoet met schadeherstel en stootte zijn neus bij de Hoge Raad. Zijn opvolgers liepen vervolgens aan de leiband van dit rechtscollege om een tegenbewijsregeling te ontwerpen die de juridische kritiek wel doorstond maar op veel maatschappelijk onbegrip stuit.
Het maatschappelijk draagvlak zou in 2028 kunnen terugkeren met de nieuwe belasting over werkelijk behaald vermogensrendement. Maar nog voordat de wetsbehandeling is gestart, heerst daar alweer ernstige twijfel over; niet in de laatste plaats in de Tweede Kamer.”
Bron: FD, 18.01.2026
Conclusie
Het gehele overzichtsartikel uit het FD geeft een mooi beeld van de start en waar het ‘onderweg’ allemaal mis is gegaan. En we zijn er nog niet lang niet.
De Hoge Raad heeft op d.d. 27 maart 2026 bepaald dat fiscale partners hun verdeling in box 3 nog kunnen wijzigen na een massaalbezwaarprocedure. Zij krijgen daarvoor zes weken de tijd na de vermindering van de aanslag. Een verzoek om ambtshalve vermindering biedt daarna geen extra mogelijkheid om de verdeling alsnog te wijzigen.
Deze uitspraak voelt voor velen “als mosterd na de maaltijd”.
Want velen met box 3 vermogen die een verlaagde aanslag ontvingen in verband met de positieve uitspraak op de zogenaamde massaalbezwaarprocedure hebben tegen die verlaagde aanslag geen bezwaar gemaakt voor een nog gunstigere fiscale verdeling van het box 3 vermogen tussen de partners. Temeer, omdat de fiscale wetgever en Belastingdienst zich op het standpunt stelde dat daarin geen wijziging meer gemaakt kon worden.
Echter, ook die visie bleek onjuist.
Volgende keer ga ik in op het Wetsvoorstel Werkelijk Rendement dat vanaf 1 januari 2028 het nieuwe systeem moet worden voor Box 3.