X
Santip Santip Bekijk Santip artikelen
Nivo Nivo Bekijk Nivo artikelen
Vakpublicaties Vakpublicaties Bekijk vakpublicaties
Inschrijven nieuwsbrief Inschrijven nieuwsbrief Inschrijven nieuwsbrief

Niet alleen technisch advies
maar tevens een sparringpartner
en vertrouwenspersoon

Bewijs dat bestelauto op het werk achterblijft!

Santip 2017-12

Het is de laatste tijd weer veel raak met procedures over de bijtelling auto van de zaak. Blijkbaar een geliefd onderwerp bij de fiscus om, vaak naar aanleiding van een boekenonderzoek, ter discussie te stellen. Het probleem ligt hem hier altijd in de bewijslast. Mijn ervaring is dat veel werkgevers niet realiseren wat hun bewijslast hierin is en daardoor hier op basis van goed vertrouwen te gemakkelijk mee omgaan. Voor deze keer een interessant uitspraak van Hof Den Haag over de bestelauto. Een onderwerp dat veel werkgevers in de gemeente Edam-Volendam moet aanspreken! 

Eerste stap ter beschikking stellen

De bijtelling voor privégebruik van de auto van de zaak komt allereerst aan de orde als een werkgever een auto ter beschikking stelt aan zijn werknemer. Of een auto feitelijk ter beschikking is staat aan een werknemer ligt qua bewijslast bij de inspecteur. Als de inspecteur aannemelijk kan maken dat de auto ter beschikking staat, gaan de “spelregels” omtrent de bijtelling van de auto van de zaak pas in.
Slaagt de inspecteur daar niet in dan komt men helemaal niet toe aan de vraag of een werknemer meer dan 500 privé-kilometers heeft gereden met die auto in een jaar.
Een personenauto is in elk geval aan een werknemer ter beschikking gesteld als de auto buiten werktijd is te gebruiken, maar ook als werknemers de auto tijdens werktijd voor privéritten kunnen gebruiken.

Niet ter beschikking

Werkgevers hebben soms auto’s die werknemers kunnen gebruiken als zij bijvoorbeeld klanten bezoeken. Van een werkgever wordt verwacht dat hij erop toeziet dat een dergelijke auto daadwerkelijk niet privé wordt gebruikt.
Dat kan bijvoorbeeld door het fysiek onmogelijk te maken dat de auto privé wordt gebruikt. Door de auto achter een hek op het eigen terrein te zetten of toezicht op de sleutels te houden bijvoorbeeld. Vaak hebben deze werknemers ook een verbod tot privé-gebruik in hun arbeidsovereenkomst staan. Werkgevers denken regelmatig dat als ik deze maatregelen heb getroffen dan heb ik voldaan aan de fiscale vereisten dat de auto niet ter beschikking staat. Echter, men vergeet hierin een (laatste) stap. De werkgever moet nog wel kunnen bewijzen dat het er ook daadwerkelijk zo aan toegaat in de praktijk.
 
Gerechtshof Den Haag,  gepubliceerd op 15 juni 2017, (ECLI:NL:GHDHA:2017:1639) 
Zo ook in de fiscale procedure bij het Hof den Haag.
De werkgever in kwestie kreeg na een boekenonderzoek over vijf jaren naheffingsaanslagen loonheffingen opgelegd vanwege vermeend privégebruik van personen- en bestelauto’s. Zowel de rechtbank als het hof was van oordeel dat de inspecteur de bijtelling terecht had toegepast. De werkgever procedeerde zonder succes. Hij stelde dat de bestelauto’s de werknemers niet ter beschikking konden staan omdat zij stonden op een afgesloten terrein en de werknemers verplicht waren de sleutel in te leveren. De werkgever had echter geen enige vorm van bewijs aangedragen op grond waarvan zijn stelling aannemelijk kon worden geacht. Het hof verklaarde het hoger beroep van de werkgever dan ook ongegrond.

Conclusie

Zorg dat als je als werkgever maatregelen treft zoals de werkgever hierboven had gedaan dat je die ook periodiek naleeft c.q. controleert. En zorg ervoor dat je die controle-activiteiten tevens vastlegt ter voorkoming van discussie achteraf.

Want het kan heel goed zijn dat in de voornoemde procedure de werknemers nimmer privé-gebruik hebben gehad van de bestelauto’s. Maar desondanks is de werkgever wel de pineut!